Inhoudstafel:
Inleiding
Dit artikel gaat over misschien wel het belangrijkste onderdeel van je moestuin: de moestuinbodem. We leggen in 5 delen uit hoe die bodem werkt. Tom legt op een eenvoudige manier uit hoe moestuingrond werkt. Bij Plukkers proberen we iedereen te overtuigen om een moestuin aan te leggen. Zo dragen we een steentje bij tot de natuur en het is ook gewoon superleuk om eten te 'maken'. Dit artikel is in makkelijke tekst geschreven en bouwt op van de basis en wordt steeds vollediger. We willen 'iedereen' aan de moestuin. We zijn geen wetenschappers maar vrienden van de moestuin die informatie willen delen. Tips of raad zijn welkom via het contactformulier van de website. Onderaan dit artikel kun je ook zeggen wat je er van vindt. Daar gaan we ... Om gezonde groenten te kweken heb je een gezonde bodem nodig. In een gezonde moestuinbodem kunnen je groenten voldoende eten en drinken en worden ze niet ziek. Maar wat zit er zo allemaal in een goede moestuingrond ? Moestuingrond bestaat uit 5 belangrijke onderdelen:
DEEL 1: Minuscule steenkorreltjes of mineralen in je moestuinbodem
Van rots tot mineraal
Een groot deel van je moestuingrond bestaat uit minerale bodemdeeltjes. Die zijn ontstaan uit gesteente dat gedurende zeer lange tijd is verweerd. De hele kleine steenkorreltjes komen uit stenen en rotsen. Het verkleinen van rotsen en stenen tot steenkorreltjes duurt miljoenen jaren en gebeurt door de wind, de regen, ijs, sneeuw, de zon, mossen, schimmels en bacteriën, ... De aarde in je moestuin is dus ooit nog een steen of een rots geweest ... miljoenen jaren geleden.

(van steen tot korrel)
De grootte van steenkorreltjes bepaalt je grondsoort in je moestuinbodem
Deze rotsen en stenen zijn dus kleiner geworden en zijn nu keien, steentjes of nog kleinere steenkorreltjes. In deze kleinere korreltjes of mineralen kun je moestuinieren, in rotsen of keien gaat dat net iets moeilijker, daar spreken we dus ook niet meer over.
- Grote korreltjes (0,05 2 millimeter) heten zand
- Kleinere korrels (0,002 0,005 millimeter) heten silt
- Kleinste korrels (kleiner dan 0,002 millimeter) heten klei
In je moestuin komen alle drie de soorten korreltjes of mineralen voor. Een bodem met een gunstige verhouding tussen zand, silt en klei noemen we leemgrond. Spijtig genoeg hebben we niet allemaal leemgrond. Mijn moestuin heeft bijvoorbeeld veel te veel zand korreltjes, dit noemen we zandgrond, een andere moestuin heeft dan weer veel klei korreltjes en noemen we kleigrond. Elke soort grond heeft goede en slechte punten:

Zanderige moestuingrond met sporen van zwarte humus
Moestuinbodem of -grond met veel grote korreltjes of zandgrond:
Goede punten: zandgrond is luchtig, de wortels van je plantjes kunnen goed groeien, zandkorreltjes warmen goed op en zandgrond is gemakkelijk te bewerken. Denk maar aan een zandkasteel (makkelijk te bewerken) of met je blote voeten op het zand lopen als de zon hard schijnt (heet heet heet).
Slechte punten: zandgrond houdt moeilijk water en voedingsstoffen vast. Giet een emmer water op zandgrond in de moestuin en na een halve minuut is de plas verdwenen.
Moestuinbodem of grond met kleine korreltjes of kleigrond:
Goede punten: kleigrond houdt wel water en/of mineralen vast. Denk aan boetseerklei. Die kan ook heel erg kleven.

Moestuin met kleigrond is vaak moeilijk te bewerken.
Slechte punten: kleigrond is niet luchtig. Je kunt hem moeilijk bewerken en de wortels van de plant kunnen moeilijk diep in de grond op zoek naar voedsel. Ook warmt kleigrond veel trager op en blijft hij langer nat. Omdat kleigrond lang nat kan blijven, kunnen planten die gevoelig zijn voor natte voeten of winterse omstandigheden het er moeilijker hebben.
- Top groenten voor kleigrond: knollen (biet en knolselder) en aardappelen.
- Flopgroenten voor kleigrond: planten die niet graag met hun voeten in het water staan (uien), wortelen en planten die niet tegen de vrieskou kunnen.
Maar niet getreurd, zandgrond kan je verbeteren door kleikorrels/bentoniet toe te voegen en kleigrond kun je verbeteren door veel organisch materiaal en compost toe te voegen en de bodem zo weinig mogelijk te verstoren. Hierover later meer. Met alleen zand, silt en klei hebben we nog geen moestuinbodem waarin we kunnen moestuinieren. Als er enkel grondkorrels of mineralen in je moestuingrond zitten, spoelen de kleinste steenkorreltjes of mineralen en de voeding weg (bodemerosie) . Zie verder.
Wortels van planten hebben hele kleine mondjes ...

Moestuin planten nemen onder andere voedsel op via de wortels
Kleine mondjes kunnen geen grote happen aan
Even terug naar de rotsen en stenen. Elk soort rotsen of stenen kunnen verkleinen tot zand, silt of klei. Jouw soort grondkorreltjes of mineralen hangt dus eigenlijk af van van welke stenen en rotsen miljoenen jaren geleden verkleind zijn. Nu komt iets heel belangrijk ... Zand, silt en klei kunnen uit verschillende mineralen bestaan. Planten kunnen die mineralen niet zomaar als korreltjes opnemen. Voedingsstoffen moeten eerst vrijkomen en oplossen in het bodemwater. Pas dan kunnen de wortels ze opnemen. De meest voorkomende mineralen in steenkorreltjes zand, silt of klei zijn: silicium, aluminium, ijzer, Magnesium, calcium, natrium en kalium. Maar planten kunnen uiteraard geen steenkorreltjes of grote stukken mineralen opeten. Groenten eten via hun wortels en daar staan maar 'kleine mondjes' op. Wij kunnen toch ook geen volledige witte kool of een volledige koe opeten ... De mineralen moeten dus heel heel klein worden voor dat planten ze kunnen opnemen. Hoe komen ze zo klein? Wel, eerder hadden we het ook al over onder andere de wind, de regen, schimmels en bacteriën.
Voeding je moestuin bodem uit organisch materiaal
Rotsen doen er miljoenen jaren over om door bacteriën/schimmels helemaal afgebroken te worden tot piepkleine mineraaldeeltjes. Maar in onze moestuin staan elk jaar groenten die op korte tijd flink moeten kunnen groeien en dus veel voedsel nodig hebben. Zowel wij als onze groenten kunnen geen miljoenen jaren wachten tot er mineraaldeeltjes 'vrij' komen uit de stenen. Gelukkig kunnen wormen, bacteriën en schimmels organisch materiaal zoals bladeren en plantenresten afbreken. Daarbij komen voedingsstoffen opnieuw beschikbaar voor planten ... kortom organisch materiaal. En daar moeten we gelukkig geen miljoen jaar op wachten. Heel zacht materiaal zoals bladeren van smeerwortel zijn al na 6 weken verteerd en dus plantenvoedsel geworden. Bladeren van de bomen en kleine takjes doen er 1 a 2 jaar over en boomstammen nog veel langer. En wij kunnen zelf ook nog mineraalrijk materiaal op de moestuingrond gooien waar de wormen, bacteriën en schimmels kleine stukjes van maken, tot ze klein genoeg zijn om in het mondje van een plantenwortel te passen: gras, ...

(schimmels, bacteriën en bodemleven)
We maakten 2 video's over smeerwortel in de moestuin:
Humus, de lijm die onze moestuinbodem samenhoudt
Tot nu in deze tekst is alles heel gemakkelijk. Stenen en rotsen worden kleiner, zijn kleine steenkorreltjes of mineralen en als ze klein genoeg zijn kunnen ze opgegeten worden planten. Makkelijk toch ? Toch niet. Er is een groot gevaar. Alle super kleine mineralen die de planten kunnen opeten, spoelen weg door de regen wanneer er enkel steenkorreltjes in onze grond zitten. We hebben een soort lijm nodig die alle mineralen groot en klein samen houdt. Als we dat niet doen, dan spoelen al onze eetbare mineralen weg in onze moestuin. Maar we kunnen in onze tuin toch geen lijm gieten ? Nee, dat klopt, dat zou geen goed idee zijn. Wat hebben we dan nodig ? Juist ! organisch materiaal die humus wordt. Organisch materiaal zijn takken, bladeren, gestorven diertjes in de moestuin bodem, ... Net als de rotsen en stenen en de rotsen van daarnet verkleint ook dat organisch materiaal. We hebben eerst organisch materiaal, daarna spreken we van compost (half verteerd) en uiteindelijk humus (100% verteerd). Organisch materiaal omzetten in humus moeten we niet zelf doen, gelukkig maar. De omzetting gebeurt door schimmels, bacteriën en bodemdieren (vooral wormen). Humus is de lijm die we nodig hebben om onze moestuingrond samen te houden en bevat ook nog heel veel andere groeistoffen. Later meer hier over in de volgende delen.

(een evenwichtige moestuinbodem) Lees ook DEEL 1
DEEL 2: organisch materiaal en humus in je moestuinbodem
In DEEL 1 van dit artikel stond er hoe rotsen door weer en wind afgebroken werden tot piepkleine steenkorreltjes of mineralen. Dit duurt miljoenen jaren. Als de mineralen klein genoeg zijn, kunnen planten ze als voedsel opnemen. In de moestuin hebben we twee problemen. We hebben geen miljoenen jaren de tijd en we willen op een kleine ruimte veel kweken. Ik hoor je het al denken : "We hebben extra mineralen en voedingsstoffen nodig ..." We hebben dus mineralen nodig die sneller afbreken en er geen miljoen jaar over doen om afgebroken te worden. Maar liefst maar enkele weken of maanden. Iedere moestuinier weet al welke richting we uitgaan. Inderdaad, wat we nodig hebben is 'organisch materiaal'. Dat zijn dode planten en dode dieren. Uiteraard moet je geen dode kip of biefstuk in je grond verwerken. Met dode dieren bedoelen we insecten, wormen, slakkenhuisjes, ... Deze zitten net als afgestorven planten vol mineralen. Uit deze dode planten en dieren wordt een hele kostbare meststof gemaakt: humus of het zwarte goud. Organisch materiaal dat gedeeltelijk verteerd is noemen we compost, volledig verteerd organisch materiaal noemen we humus. Hoe zachter het materiaal, hoe sneller het humus zal worden. smeerwortelblad is al na 6 weken verteerd. Een takje doet er enkele maanden over en een boomstam jaren. In onze tuin kunnen we organisch materiaal op de grond gooien, dat heet mulchen. Een andere manier is om organisch materiaal naast onze moestuin te laten verteren tot compost of humus. Laat ons even de twee manieren bekijken:
Mulchen in de moestuin
Bij mulchen wordt een laag van 5 tot 15 cm organisch materiaal op de bodem aangebracht. Dit kan zijn: gras, stro, houtsnippers, bladeren van smeerwortel, koffiedik, ... De mulchlaag is een jasje voor je moestuin. Het bodemleven in je grond is verlekkerd op organisch materiaal. Wormen bijvoorbeeld komen uit de moestuin bodem tot aan het oppervlak, eten van je organisch materiaal en 'schijten' als het ware humus in je grond. In iedere tuin met organisch materiaal zitten duizenden wormen die voor jou het werk doen. Zij zijn de spitters en humusmakers in je moestuin. Er zijn nog twee heel belangrijke voordelen bij mulchen voor ons lichaam. De mulchlaag houdt het onkruid tegen. Kiemende onkruidzaden komen niet doorheen de mulchlaag, we moeten dus niet buigen of door de knieën gaan om onkruid te wieden.

Mulchen met een mengeling van houtsnippers en compost Een tweede voordeel is dat de mulchlaag het water in je moestuingrond minder snel laat verdampen. Je moet dus minder water naar je moestuin brengen. En dat spaart energie van je lichaam en/of van het elektriciteitsnetwerk. Mulchen heeft ook nadelen. Door de isolerende laag warmt je grond iets minder snel op in het voorjaar waardoor je plantjes minder snel uit de startblokken schieten. Ook is het minder handig om te zaaien, de mulchlaag moet je verplaatsen om te zaaien. Nog een belangrijke opmerking : organisch materiaal dat niet verteerd is mag je niet in de grond inwerken. Als het in de grond verteerd heeft neemt het stikstof weg uit je grond. En stikstof is een belangrijke stof voor je moestuin (later meer over stikstof). Sommige mensen hebben schik voor slakkenvraat wanneer ze zouden mulchen. Zolang er organisch materiaal beschikbaar is op en in je grond, zullen slakken daar de voorkeur aan geven. Helaas bestaat er wel niet iets zoals 'slakkengarantie'. Hou jonge, kwetsbare planten daarom goed in de gaten.
Compost gebruiken op en in je moestuinbodem
Je kunt ook organisch materiaal dat al verteerd is (compost of humus) op je grond leggen of inwerken. Compost maken in je tuin is vrij gemakkelijk. Je kunt ook kant en klare compost kopen in de winkel. Een voordeel van zelf composteren is dat je zelf de samenstelling van je compost kan bepalen. Ik wissel in verschillende lagen van volgende stoffen af voor een goed evenwicht: snoeiafval tot 1 cm diameter fijn gemaakt, groenafval van de moestuin en de keuken, koffiedik, eierschalen en verse mest van mijn kippen en het paard van een kennis. En verteren maar, het verteren duurt 4 tot 8 maanden, afhankelijk van het seizoen en het materiaal dat je composteert. Met compost help je je bodemleven een handje. Het bodemleven krijgt hapklaar organisch materiaal dat meteen beschikbaar is. Bij mulchen moet het bodemleven het verteringsproces van je mulchlaag afwachten. Een bijkomend voordeel van compost of humus is dat je je bodemstructuur een boost kunt geven. Een pure zandgrond of een harde kleigrond zal minder snel een goede structuur krijgen bij mulchen dan met compost of humus. Heb je een nieuwe moestuin en is het een zandbak of kleibrok, overweeg dan eerst compost of humus. Heb je al een goede luchtige structuur, kies dan voor mulchen maar beide combineren kan ook. De cadeautjes 'geen onkruid' en 'minder water geven' zijn van heel grote waarde bij mulchen.

Bodemleven in de moestuin is cruciaal voor succes
Bodemleven in de moestuin: van organisch materiaal naar humus
Tot slot. Humus is een belangrijke meststof voor de planten en bevat gelukkig ook mineralen. Het duurt geen miljoen jaar om deze mineralen in je moestuin te krijgen. Bodemorganismen breken organisch materiaal af. Daarbij komen voedingsstoffen vrij die opnieuw beschikbaar kunnen worden voor planten. Een deel van de organische stof wordt omgezet in stabielere organische stof: humus. Schitterend toch? En het wordt nog beter: humus bevat niet alleen mineralen. Het is zoals in DEEL 1 ook al verteld, de lijm van je moestuingrond. Humus helpt voedingsstoffen en water in de bodem vast te houden, waardoor ze minder gemakkelijk uitspoelen, waar we in DEEL 1 over spraken. Humus lijkt een beetje op een kleverige spons waar mineralen (en ook water!) in vast blijven kleven tot de planten honger hebben en ze op eten. Wie of wat breekt deze dode dieren en planten (organisch materiaal) af? We noemden het hierboven het bodemleven, dit komt ook nog later in deze reeks artikelen over moestuin bodem terug. Hiermee bedoelen we schimmels in de grond, bacteriën, wormen en andere kleine beestjes. Zij breken dit organisch materiaal af door het op te eten. Het leuke is dat schimmels, bacteriën, wormen en andere beestjes samenwerken. Soms kunnen de bodemdiertjes iets eerst niet opeten omdat het nog te groot of te hard is, denk maar aan een tak. In dat geval zullen er eerst bodemschimmels hun werk doen tot de tak verpulvert. Als de tak dan klein en zacht genoeg is, kunnen de bodemdiertjes er wel van eten. Tijdens de afbraak komen voedingsstoffen vrij die planten kunnen opnemen. Tegelijk ontstaat stabiele organische stof die bijdraagt aan een gezonde bodemstructuur: humus. Deze humus is dus een soort meststof voor je planten geworden. En het is zo'n waardevolle meststof dat het ook het zwarte goud wordt genoemd. Schimmels en bacteriën zijn de koks, de diertjes eten het met plezier op en het restproduct is wormenkak (en ook van andere beestjes). Het voelt voor ons kruimelig aan en het ruikt heerlijk naar bosgrond!
is een zwarte soort spons die mineralen en water bevat en vasthoudt tot de plant het nodig heeft
wordt gemaakt door bodembeestjes en bestaat onder andere uit 'wormenkak'
is ontstaan door de afbraak van dode planten en dieren (organisch materiaal)
is zo waardevol is als meststof voor je planten dat het ook wel 'het zwarte goud' wordt genoemd.
DEEL 3 : Water en lucht in je moestuinbodem
Mineralen en humus: even herhalen
We weten al dat een groot deel van onze grond bestaat uit minerale bodemdeeltjes: zand, silt en klei. Uit de bodem en uit organisch materiaal kunnen voedingsstoffen vrijkomen. Die lossen op in het bodemwater en kunnen zo door plantenwortels worden opgenomen.
We weten ook dat humus heel belangrijk is. Humus helpt water en voedingsstoffen in de bodem vast te houden, zodat ze beschikbaar blijven voor onze planten.

Dus: in grond zitten steenkorrels en humus. Dat is nog net niet genoeg om een vruchtbare grond te hebben. Wat ontbreekt er nog? Lucht en water!
Water voor je moestuinplanten
Water zorgt ervoor dat de planten iets te drinken hebben. Water vervoert ook de opgeloste voedingsstoffen (mineralen) door de grond. Zo stromen er mineralen naar de plant die dankzij het water een gezond drankje met mineralen drinken. Als het water echter te hevig stroomt (bij felle regen), kan het wel eens gebeuren dat de mineralen te snel wegspoelen en dat er voor de plant enkel nog gewoon water overschiet. Als je op zo'n momenten een goede humuslaag in je moestuingrond hebt, is er geen probleem want dan blijven de mineralen kleven in het vangnet.
Water is er niet alleen voor de planten maar ook voor de kleine bodemdiertjes die de humus maken! Wanneer het regent of je water geeft, vult een deel van de ruimtes in de bodem zich met water en wordt lucht tijdelijk verdrongen. Wanneer het overtollige water weer wegzakt, komt er opnieuw lucht in die ruimtes. Zo wordt de lucht in een goed opgebouwde bodem voortdurend ververst. Hieronder lees je waarom dat zo belangrijk is. Dus, samengevat: water ...
is drinken voor de planten
is drinken voor de bodembeestjes
bevat opgeloste voedingsstoffen
vervoert voedzame mineralen door de moestuinbodem (maar soms te snel en dan spoelen ze weg)
maakt bij het wegzakken opnieuw plaats voor verse lucht
Lucht in je moestuinbodem
Hebben planten ook onder de grond lucht nodig? Jazeker! Niet alleen het bodemleven, maar ook plantenwortels hebben zuurstof nodig. Wortels ademen namelijk ook. In een bodem die helemaal vol water zit of sterk verdicht is, komt te weinig zuurstof bij de wortels. Ook veel nuttige bodemdieren, schimmels en micro-organismen hebben zuurstof nodig. Daarom is een luchtige bodem zo belangrijk. De bodemdiertjes die de humus maken en die zelfs je plantenwortels beschermen tegen slechteriken gaan dood als er niet genoeg zuurstof onder de grond komt. Zonder zuurstof gaan de goede bodemdiertjes dood en komen er slechte bodemdiertjes in de plaats die zonder zuurstof kunnen leven, een beetje zoals zombies. Het is dus belangrijk dat er steeds genoeg zuurstof in de grond zit.

Ook zorgt lucht er voor dat er plaats is tussen de steenkorrels, bijvoorbeeld plaats voor water, maar ook plaats voor kleine diertjes. Samengevat, lucht ...
Bevat zuurstof voor de goede bodemdiertjes
Zorgt voor plaats voor water of kleine diertjes tussen de steenkorrels
Water en lucht in balans
Hoe zorg je nu dat er genoeg lucht én water in je moestuinbodem zit? Je hoeft gelukkig geen lucht met een gieter over je grond te gieten.
Het geheim zit vooral in een goede bodemstructuur. Tussen bodemkruimels zitten grotere en kleinere poriën. De grotere poriën laten overtollig water weglopen en vullen zich daarna opnieuw met lucht. Kleinere poriën houden juist water vast voor je planten.
Organische stof, humus, plantenwortels, schimmels en wormen helpen mee om zo'n mooie kruimelige bodemstructuur te maken.
En wie helpt voor een groot deel om al die mooie bodemkruimels en gangen te maken? Juist: het bodemleven.
DEEL 4: bodemleven in je moestuinbodem
Wat leeft er allemaal in je moestuinbodem?
Even kort herhalen. Een gezonde moestuinbodem bestaat uit:
- minerale bodemdeeltjes zoals zand, silt en klei;
- organische stof en humus;
- water en lucht;
- een gigantische hoeveelheid leven.
Dat laatste onderdeel bekijken we nu van dichtbij.
Bodemleven is ...
We hadden het in de vorige delen al over bodemleven. Maar wat is dat nu, bodemleven? Bodemleven is de verzamelnaam voor alles wat onder en op je bodem leeft: regenwormen, insecten, mijten, springstaarten, aaltjes, schimmels, bacteriën en nog ontelbaar veel andere kleine organismen. Al die organismen spelen op hun eigen manier een rol in het bodemecosysteem. Veel ervan helpen bij het afbreken en omzetten van organisch materiaal.
Grote bodemdieren maken bladeren en plantenresten kleiner. Schimmels en bacteriën breken het materiaal verder af. Andere bodemorganismen eten op hun beurt weer schimmels, bacteriën of elkaar. Zo ontstaat een gigantisch ondergronds voedselweb waarin voedingsstoffen voortdurend worden vrijgemaakt en opnieuw vastgelegd.

Superkrachten van het bodemleven
Superkracht 1: Ze ruimen afval op
Het bodemleven verricht veel werk en vele wonderen. Wanneer wij dat als mensen zouden willen nabootsen, zou ons dat veel tijd, energie en geld kosten. Hieronder zie je welke wonderen je bodemleven verricht:
Dode bladeren, plantenresten en ander organisch materiaal worden stap voor stap afgebroken. Daarbij komen voedingsstoffen vrij en een deel van het materiaal draagt uiteindelijk bij aan de opbouw van humus.. Je hoeft het dus niet zelf op te ruimen. Laat het liggen als mulch en het bodemleven maakt er humus/mest van.
Zelfs bomen of takken van bomen kunnen opgeruimd worden! Bodemschimmels maken schimmeldraden in dood hout. Als de schimmel goed gegroeid is in het hout, verschijnen er wel eens paddenstoelen. Deze paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van de schimmel, een beetje zoals een appel een vrucht is van de appelboom. De schimmel voedt zich met het dode hout en na een tijdje wordt het hout zacht en rot, zo zacht dat het uit elkaar valt. De zachte massa die je dan hebt, is nog geen humus maar wel al een stapje dichter bij humus. Andere diertjes kunnen deze massa opeten. Wanneer ze het uitscheiden, zijn we weer een stapje dichter bij humus.

Superkracht 2: ze maken je grond vruchtbaarder
De mineralen die in de buik van een beestje zitten, kunnen niet wegspoelen! Daardoor blijven mineralen veilig opgeborgen tot het beestje het uitscheidt.
En wanneer het beestje dit uitscheidt, plakt het mineraal vast in de euh mest waardoor het eveneens niet wegspoelt en beschikbaar blijft voor de planten. Ze bemesten dus je grond met hun uitwerpselen. Dat noemen we de nutriëntenkringloop.
Merk op: ZIJ bemesten mee, niet alleen JIJ. Als je bodemleven gezond is en voldoende organisch materiaal krijgt, worden voedingsstoffen voortdurend gerecycled. Dat betekent niet dat je nooit meer iets hoeft aan te vullen — je oogst tenslotte ook voedingsstoffen uit je moestuin. Daar komen we in DEEL 5 op terug.
Regenwormen mengen organisch materiaal met minerale grond. Hun uitwerpselen zijn vaak rijk aan gemakkelijk beschikbare voedingsstoffen en helpen bovendien bij de vorming van stabiele bodemkruimels.
Ze zorgen voor de juiste vorm van stikstof voor je planten. We hebben wel eens van stikstof als meststof gehoord. In mest van dieren zit stikstof en in chemische meststoffen zit stikstof. (De N uit NPK slaat op stikstof.) In de lucht zit ook stikstof. Voor een plant is het niet gelijk in welke vorm ze de stikstof krijgen. (Vergelijk het een beetje met kieskeurige mensen en aardappelen: sommigen eten liefst gekookte.
DEEL 5: Voedingsstoffen voor je moestuinplanten
We zijn er bijna. We begonnen dit artikel met rotsen en steenkorreltjes, voegden organisch materiaal toe, goten er water bij, lieten er lucht tussen en maakten vervolgens kennis met een gigantische ondergrondse wereld vol wormen, schimmels, bacteriën en andere kleine beestjes.
Maar uiteindelijk willen we natuurlijk één ding: gezonde moestuinplanten die lekkere groenten produceren.
Daar hebben je planten voedingsstoffen voor nodig.
Wat zijn voedingsstoffen voor planten?
Net zoals wij niet alleen van water kunnen leven, heeft een plant meer nodig dan alleen water en zonlicht.
Planten maken met behulp van zonlicht, water en CO₂ zelf suikers. Maar voor de bouw van wortels, bladeren, bloemen en vruchten hebben ze ook verschillende voedingsstoffen nodig.
Die voedingsstoffen halen ze voornamelijk via hun wortels uit het bodemwater.
Je kunt je moestuinbodem dus een beetje zien als een restaurant. Water is de ober die het eten naar de tafel brengt. De voedingsstoffen zijn het eten en je plantenwortels zijn de klanten.
Alleen kunnen die klanten niet zomaar alles bestellen.
Een plantenwortel kan geen stukje compost, een korrel mest of een stukje steen opeten. De voedingsstoffen moeten eerst in een opneembare vorm in het bodemwater terechtkomen.
En wie helpt daarbij?
Juist: het bodemleven waar we het in DEEL 4 over hadden.
Welke voedingsstoffen hebben moestuinplanten nodig?
Planten hebben behoorlijk wat verschillende voedingsstoffen nodig. Sommige hebben ze in relatief grote hoeveelheden nodig. Andere slechts in piepkleine hoeveelheden.
De drie bekendste zijn:
- stikstof (N)
- fosfor (P)
- kalium (K)
Je hebt de letters N-P-K misschien al eens op een zak meststof zien staan.
Maar wat doen ze eigenlijk?
Stikstof (N): voor groene groei
Stikstof is heel belangrijk voor de groei van bladeren en stengels.
Bladgroenten zoals sla, spinazie en kolen hebben tijdens hun groei bijvoorbeeld behoorlijk wat stikstof nodig.
Te weinig stikstof kan ervoor zorgen dat planten slecht groeien en bladeren lichter of geel worden.
Maar meer is niet altijd beter.
Te veel stikstof kan ervoor zorgen dat je planten enorm veel groen blad maken, terwijl bloemen, vruchten of stevige wortels achterblijven. Een tomatenplant van twee meter hoog met prachtig donkergroen blad maar bijna geen tomaten is niet echt ons doel.
Fosfor (P): onder andere voor wortels en energie
Fosfor speelt een belangrijke rol bij allerlei processen in de plant, waaronder de energiehuishouding, wortelontwikkeling, bloei en zaadvorming.
Planten hebben fosfor dus zeker nodig.
Dat betekent alleen niet dat je automatisch extra fosfor moet toevoegen. In veel moestuinbodems is al voldoende fosfor aanwezig. Te veel toevoegen heeft geen nut en kan uiteindelijk ook in het milieu terechtkomen.
Kalium (K): voor sterke planten
Kalium helpt planten onder andere bij hun waterhuishouding en bij allerlei processen die nodig zijn om gezond en sterk te groeien.
Vruchtgewassen zoals tomaten hebben bijvoorbeeld kalium nodig, maar opnieuw geldt: voldoende is goed, meer is niet automatisch beter.
NPK is niet het hele verhaal
N, P en K krijgen veel aandacht omdat planten er relatief veel van nodig hebben.
Maar een plant heeft nog veel meer voedingsstoffen nodig.
Denk bijvoorbeeld aan calcium, magnesium en zwavel. Daarnaast zijn er sporenelementen zoals ijzer, mangaan, borium, zink, koper, molybdeen, chloor en nikkel.
Van sommige daarvan heeft een plant maar een minuscuul beetje nodig.
Maar een klein beetje nodig hebben betekent niet dat ze onbelangrijk zijn.
Denk maar aan zout in je eten. Je hebt geen bord vol zout nodig, maar als er helemaal geen zout in zit, merk je het wel.
Je bodem is geen voorraadkast waar planten zomaar uit kunnen eten
Nu komt een belangrijk stukje.
Stel dat uit een bodemanalyse blijkt dat er heel veel van een bepaalde voedingsstof in je bodem zit. Dan betekent dat nog niet automatisch dat je plant die voedingsstof ook kan opnemen.
De voedingsstof moet namelijk beschikbaar zijn voor de plant.
We hebben in de vorige delen gezien dat voedingsstoffen kunnen zitten in minerale bodemdeeltjes, organisch materiaal en levende organismen.
Het bodemleven helpt om een deel van die voedingsstoffen vrij te maken en te recyclen.
Daarom is een levende bodem zo belangrijk.
Je wilt niet alleen een bodem waar voedingsstoffen in zitten.
Je wilt een bodem waarin voedingsstoffen voortdurend in omloop zijn.
Je kunt je bodem zelf testen met deze bodemanalysekit:
De voorraadkast van het bodemleven
Stel je voor dat je een blad op je moestuinbodem legt.
Een worm trekt eraan. Kleine bodemdieren maken het kleiner. Schimmels en bacteriën breken het verder af.
De voedingsstoffen uit dat blad verdwijnen daarbij niet zomaar.
Een deel komt vrij in vormen die planten kunnen opnemen. Een ander deel wordt tijdelijk opgenomen door bacteriën, schimmels en andere organismen. Wanneer die organismen worden opgegeten, afvalstoffen uitscheiden of sterven, komen voedingsstoffen opnieuw in de kringloop terecht.
Je bodemleven is dus niet alleen een leger afvalopruimers.
Het is ook een gigantische voorraadkast vol voedingsstoffen.
En die voorraadkast wordt voortdurend geopend, bijgevuld en opnieuw georganiseerd.
Stikstof: niet elke vorm staat op het menu
Aan het einde van DEEL 4 hadden we het al over stikstof.
Er zit enorm veel stikstof om ons heen. Zelfs de lucht bestaat voor een groot deel uit stikstofgas.
Toch kunnen de meeste moestuinplanten die stikstof niet rechtstreeks uit de lucht halen.
Ze zijn kieskeurige eters.
Planten nemen stikstof vooral via hun wortels op in bepaalde opgeloste vormen, zoals nitraat en ammonium.
En hier komt ons bodemleven opnieuw om de hoek kijken.
Bacteriën en andere micro-organismen zetten stikstofverbindingen voortdurend om van de ene vorm naar de andere. Ook wanneer organisch materiaal wordt afgebroken, kan stikstof uiteindelijk beschikbaar komen voor planten.
Je kunt het vergelijken met aardappelen.
Wij kunnen aardappelen op verschillende manieren eten: gekookt, gebakken, als puree of als frietjes. Maar een rauwe aardappel rechtstreeks uit de grond is voor de meeste mensen niet bepaald het favoriete gerecht.
Met stikstof is het een beetje hetzelfde.
Er kan genoeg stikstof aanwezig zijn, maar hij moet wel in een vorm zitten die je plant kan gebruiken.
Vlinderbloemigen krijgen hulp van bacteriën
Er bestaat trouwens een heel slimme samenwerking in de moestuin.
Erwten, bonen, klaver en andere vlinderbloemigen kunnen samenwerken met bepaalde bacteriën die in knolletjes aan hun wortels leven.
Die bacteriën kunnen stikstofgas uit de lucht omzetten in stikstofverbindingen die in het biologische systeem gebruikt kunnen worden.
De plant levert in ruil suikers aan de bacteriën.
Jij krijgt stikstof. Ik krijg suiker. Deal?
Dit soort samenwerkingen gebeurt overal onder onze voeten zonder dat we er iets van merken.
Je moestuin is onder de grond veel drukker dan hij boven de grond lijkt.
En wat doet de pH van je moestuinbodem?
Er is nog iets dat bepaalt hoe gemakkelijk planten voedingsstoffen kunnen opnemen: de pH van je bodem.
De pH vertelt hoe zuur of basisch je bodem is.
Waarom is dat belangrijk?
Omdat de beschikbaarheid van voedingsstoffen verandert met de pH. Bij een erg lage of erg hoge pH kunnen bepaalde voedingsstoffen moeilijker beschikbaar zijn, terwijl andere juist in ongewenst grote hoeveelheden beschikbaar kunnen komen.
Voor veel moestuingewassen werkt een licht zure tot ongeveer neutrale bodem goed.
Maar niet iedere plant heeft exact dezelfde voorkeur.
Daarom is het belangrijk om niet blind kalk te strooien omdat iemand zegt dat "een moestuin kalk nodig heeft".
Meet eerst. Handel daarna.
Als je pH al goed zit, kan extra kalk meer kwaad dan goed doen.
Moet je je moestuin dan nog bemesten?
En nu komen we bij de vraag waar veel moestuiniers uiteindelijk mee zitten:
Moet ik meststoffen gebruiken?
Het antwoord is niet simpelweg ja of nee.
Wanneer je groenten oogst, haal je namelijk letterlijk materiaal uit je moestuin.
Een krop sla, pompoen, courgette of kilo tomaten bestaat niet uit niets. In die groenten zitten voedingsstoffen die ooit uit je bodem en het hele bodemsysteem kwamen.
Wanneer jij die groenten oogst en opeet, verlaten een deel van die voedingsstoffen je moestuin.
Er moet dus op termijn ook iets terugkomen.
Dat kan onder andere via compost, plantenresten, mulch en wanneer dat nodig is een geschikte bemesting.
Het doel is niet:
"Ik moet mijn planten zoveel mogelijk eten geven."
Het doel is:
"Ik wil de voedingsstoffen die mijn moestuin nodig heeft op een verstandige manier in kringloop houden en tekorten gericht aanvullen."
Dat is een heel andere manier van denken.
Voed je plant of voed je bodem?
Bij veel klassieke bemesting ligt de nadruk op:
Wat heeft mijn plant vandaag nodig?
Bij een gezonde moestuinbodem kijken we liever wat breder:
Wat heeft mijn hele bodemsysteem nodig om mijn planten vandaag én later te kunnen voeden?
Daarom hebben we in dit artikel zoveel aandacht besteed aan organisch materiaal, compost, humus en bodemleven.
Je voedt niet alleen je courgette.
Je voedt een heel ecosysteem dat vervolgens mee voor je courgette zorgt.
Dat betekent niet dat meststoffen altijd slecht zijn.
Soms is er daadwerkelijk een tekort en is aanvullen verstandig. Sommige gewassen vragen bovendien meer van de bodem dan andere.
Maar zomaar mest strooien omdat het voorjaar is, zonder te weten wat je bodem nodig heeft, is niet de beste strategie.
Hoe weet je wat je moestuinbodem nodig heeft?
Kijken naar je planten kan aanwijzingen geven.
Groeien ze goed? Zijn de bladeren gezond? Ontwikkelen wortels, bloemen en vruchten normaal?
Maar alleen naar een geel blaadje kijken en vervolgens op Google zoeken naar "welke meststof bij gele bladeren" kan je ook op het verkeerde been zetten.
Een geel blad kan meerdere oorzaken hebben.
Te weinig van een voedingsstof, te veel water, te weinig water, beschadigde wortels, een verkeerde pH of een ander probleem kunnen soms vergelijkbare symptomen veroorzaken.
Wil je echt weten wat er in je bodem gebeurt, dan kan een bodemanalyse heel nuttig zijn.
Zo weet je beter wat er aanwezig is, wat eventueel ontbreekt en of bijvoorbeeld de pH moet worden aangepast.
Meten is beter dan willekeurig strooien.
Alles komt nu samen
We begonnen dit artikel bij een steen.
Door verwering ontstonden minerale bodemdeeltjes. We voegden organisch materiaal toe. Het bodemleven ging ermee aan de slag. Er ontstond een bodem met structuur en organische stof.
Tussen de bodemkruimels kwamen ruimtes voor water en lucht.
Wortels groeiden door die bodem.
Wormen maakten gangen. Schimmels groeiden tussen plantenresten en wortels. Bacteriën zetten stoffen om. Voedingsstoffen kwamen vrij, werden opnieuw vastgelegd en gingen steeds opnieuw de kringloop in.
En ergens midden in dat gigantische ondergrondse systeem staat jouw worteltje met zijn piepkleine mondje klaar om de opgeloste voedingsstoffen op te nemen die het nodig heeft.
Dat is je moestuinbodem.
Niet gewoon een hoop bruine grond waarin je toevallig een plant zet.
Maar een levend systeem.
Hoe krijg je uiteindelijk een gezonde moestuinbodem?
Na vijf delen kunnen we het gelukkig weer heel eenvoudig maken.
Je hoeft niet iedere bacterie bij naam te kennen. Je hoeft niet met een microscoop naast je kolen te zitten. En je hoeft ook niet iedere week iets nieuws over je grond te strooien.
Een paar principes brengen je al heel ver:
Hou je bodem zoveel mogelijk bedekt met planten of mulch.
Voeg regelmatig organisch materiaal toe.
Gebruik rijpe compost om organische stof en voedingsstoffen terug te brengen.
Vermijd onnodig spitten en verdichten van je bodem.
Zorg dat overtollig water kan wegzakken en dat er lucht in de bodem blijft.
Laat levende wortels zoveel mogelijk meehelpen om je bodem te voeden en structureren.
Zorg goed voor je bodemleven.
Vul voedingsstoffen gericht aan wanneer dat nodig is.
Meet je bodem wanneer je twijfelt in plaats van blind te bemesten of kalken.
En misschien wel de belangrijkste:
Probeer niet voortdurend je planten te redden. Bouw een bodem waarin je planten zichzelf veel beter kunnen redden.
Want uiteindelijk groeit een gezonde moestuin niet alleen boven de grond.
Een gezonde moestuin begint onder je voeten.
Veelgestelde vragen over de moestuinbodem
Wat is de beste bodem voor een moestuin?
De beste bodem voor een moestuin is een luchtige, levende en goed doorlatende bodem die voldoende water en voedingsstoffen kan vasthouden. Een leembodem heeft van nature gunstige eigenschappen, maar ook zandgrond en kleigrond kun je verbeteren. Voeg organisch materiaal en compost toe, hou de bodem bedekt en zorg goed voor het bodemleven.
Hoe kan ik de bodem van mijn moestuin verbeteren?
Je kunt je moestuinbodem verbeteren door regelmatig compost en ander organisch materiaal toe te voegen, te mulchen en de bodem zo weinig mogelijk te verstoren. Wormen, schimmels, bacteriën en plantenwortels helpen vervolgens om een luchtige bodemstructuur op te bouwen en voedingsstoffen te recyclen.
Welke grond is geschikt voor een moestuin?
Zandgrond, kleigrond en leemgrond kunnen allemaal gebruikt worden voor een moestuin. Iedere grondsoort heeft voor- en nadelen. Zandgrond voert bijvoorbeeld gemakkelijk water af, terwijl kleigrond juist veel water en voedingsstoffen kan vasthouden. Met organisch materiaal kun je de eigenschappen van vrijwel iedere moestuingrond verbeteren.
Hoe maak je harde grond in de moestuin losser?
Harde of verdichte moestuingrond kun je op lange termijn verbeteren met compost, mulch, plantenwortels en bodemleven. Vermijd zoveel mogelijk lopen op je teeltbedden en bewerk natte grond niet. Regenwormen en wortels maken gangen, terwijl organische stof helpt bij de vorming van een kruimelige bodemstructuur.
Hoe krijg je meer bodemleven in de moestuin?
Voer het bodemleven door organisch materiaal aan te bieden. Gebruik bijvoorbeeld compost, bladeren, plantenresten en mulch en laat waar mogelijk levende plantenwortels in de bodem groeien. Vermijd onnodige bodemverstoring. Zo creëer je voedsel en leefruimte voor regenwormen, schimmels, bacteriën en andere bodemorganismen.
Wat is het verschil tussen compost en humus?
Compost is organisch materiaal dat door een gecontroleerd afbraakproces is omgezet in een bodemverbeteraar. Humus is een verzamelnaam voor stabielere organische stoffen die na verdere omzetting van organisch materiaal in de bodem aanwezig zijn. Compost toevoegen helpt dus bij het opbouwen van organische stof en uiteindelijk ook stabielere organische stof in je moestuinbodem.
Hoeveel compost moet ik in mijn moestuin gebruiken?
Hoeveel compost je moestuin nodig heeft, hangt af van je bodem, de kwaliteit van de compost en wat je gaat telen. Meer compost is niet automatisch beter. Gebruik compost daarom als onderdeel van je bodembeheer en stem grotere hoeveelheden bij voorkeur af op je bodem en de behoefte van je gewassen.
Moet je moestuingrond ieder jaar bemesten?
Niet iedere moestuin heeft ieder jaar dezelfde hoeveelheid meststoffen nodig. Door groenten te oogsten voer je voedingsstoffen af, terwijl compost, mulch en organisch materiaal voedingsstoffen terugbrengen en het bodemleven voeden. Bemest daarom gericht op wat je bodem en gewassen nodig hebben, in plaats van ieder jaar automatisch dezelfde hoeveelheid mest te gebruiken.
Wat is een goede pH voor de moestuin?
Veel moestuingewassen groeien goed in een licht zure tot ongeveer neutrale bodem, maar de ideale pH verschilt per gewas en bodemtype. De pH beïnvloedt bovendien hoe beschikbaar bepaalde voedingsstoffen zijn. Laat daarom bij twijfel de pH van je moestuinbodem meten voordat je bijvoorbeeld kalk toevoegt.
Moet je een moestuin spitten?
Een moestuin hoeft niet automatisch ieder jaar diep gespit te worden. Minder bodemverstoring helpt om bodemstructuur, schimmelnetwerken en bodemleven te behouden. Bij sterk verdichte grond of bij de aanleg van een nieuwe moestuin kan een eenmalige ingreep soms wel nuttig zijn. Daarna kun je de bodem vooral verbeteren met wortels, organisch materiaal en bodemleven.
Is mulchen goed voor de moestuinbodem?
Ja. Mulchen beschermt de moestuinbodem tegen uitdroging en hevige regen en levert organisch materiaal aan het bodemleven. Naarmate de mulchlaag wordt afgebroken, worden voedingsstoffen gerecycled en draagt het materiaal bij aan de organische stof in de bodem.
Hoe weet ik of mijn moestuinbodem gezond is?
Een gezonde moestuinbodem heeft doorgaans een goede structuur, bevat zichtbaar bodemleven, laat overtollig water weglopen maar droogt niet extreem snel uit en ondersteunt een gezonde plantengroei. Wil je precies weten hoe het met bijvoorbeeld pH en voedingsstoffen zit, dan geeft een bodemanalyse meer zekerheid.
